| Archief: 13[11] 9 8 7 6 5 4 3 2 1 |
| Versobering van het regime als gevolg van bezuinigingen binnen het gevangeniswezen |
UTRECHT Meldingen van recidive zijn nog altijd veelvuldig aanwezig in de penitentiaire cijfers. De opvatting dat het verspilde moeite is om steeds opnieuw te investeren, lijkt terrein te winnen. Want waarom immers steeds kostbare tijd en veel geld verspillen als de gedetineerde er toch niet van lijkt te leren? Daarom is het tegenwoordig geen uitzondering meer wanneer er een selectie gemaakt wordt van de gevangenen met de hoogste 'succesfactor'. Alleen zij kunnen rekenen op goede begeleiding. Voor de anderen is het afzien. Dit vindt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) een verkeerde ontwikkeling. Het is één van de zaken die te lezen is in het jaarverslag 2006 van de Raad dat dinsdag 22 mei is gepubliceerd. Het aantal cellen is verviervoudigd in 25 jaar tijd. Naast meer mensen die voor langere tijd gestraft worden, zijn er ook bezuinigingen doorgevoerd. Er is dus steeds minder tijd en geld om gevangenen te begeleiden. Daarom worden er selecties gemaakt binnen een groep gedetineerden om te onderzoeken bij wie een behandeling het beste zou aanslaan. De gedetineerden hebben hier zelf ook een rol in: ze zijn verantwoordelijk voor hun eigen behandeling en moeten grote motivatie kunnen opbrengen. Het is niet vanzelfsprekend meer dat gevangenen allemaal geholpen worden. Als het tegenzit, hebben zij die niet competent genoeg bevonden worden, geen recht meer op educatie of therapie. Een tamelijk goedkope, 'kale' opsluiting is dan het gevolg. Moedeloosheid Er valt natuurlijk wat van te zeggen, maar het mag duidelijk zijn dat het een stemming van moedeloosheid oproept wanneer tomeloze inzet in scholing of een arbeidsleerproces, op niets uitlopen. Het is de vraag of het te verwachten is van een gedetineerde, wiens criminele geschiedenis tot ver terug gaat en al begint bij de jeugd en opvoeding waar het reeds ontbrak aan veiligheid en structuur. De Raad is van mening dat 'niets doen' geen optie is, ook al is het een moeilijk proces om de gedetineerden een ambitieuze houding aan te laten nemen. Bovendien is er vanuit de wet de verplichting om gedetineerden zo goed mogelijk voor te bereiden op een terugkeer in de samenleving. Oud-gevangenisdirecteur Peter Scheffelaar Klots zei vorig jaar in het NOS-journaal dat de samenleving niet zozeer gemoeid is met het langer opsluiten van gedetineerden, maar dat het vooral zaak is dat er goede begeleiding plaatsvindt, zodat de kans op recidive zo klein mogelijk is. De Raad noemt het een eenzijdige ontwikkeling wanneer gevangenen steeds langer worden vastgehouden en de eisen voor verlof steeds strenger worden en schept een positievere realistische visie: Gedurende de vasthouding zou geïnvesteerd moeten worden in een vasthoudend en goed begeleid traject dat voorbereidt op de terugkeer in de maatschappij. Ook voor diegene bij wie terugkeer in de samenleving niet zal gaan mag goede en verantwoorde behandeling niet worden uitgesloten. Patiënten mogen niet zomaar 'onbehandelbaar' worden bevonden en daardoor maar op de longstay afdeling worden geplaatst. Tweede Kamerlid Wolfsen (PvdA) en woordvoerder Justitiezaken is van mening dat de Raad soms wel wat meer uitgesproken mag zijn in haar mening. ,,Vroeger werden tbs'ers eindeloos in behandeling genomen. Nu wordt er met de behandeling gestopt wanneer de gedetineerde in twee klinieken minimaal drie jaar is behandeld. Na zes jaar komt de patiënt terecht op de longstay. Ik begrijp dat er twee klinieken als criterium zijn, maar van sommigen weet je al na een jaar dat ze onbehandelbaar zijn. Dan moet je wel eerlijk zijn en begrijpen dat de behandeling geen zin heeft.'' Versobering Eveneens besteedt de Raad aandacht aan het veiligheidsaspect dat niet uit het oog verloren mag worden. Het blijft uiteraard van belang dat de samenleving beschermd moet worden tegen mensen die gevaarlijk zijn, maar de verhoudingen tussen criminaliteit en maatschappij zijn niet eenvoudig. Door omstandigheden van buitenaf kunnen zij die kwetsbaar zijn, snel verzeild raken in het criminele circuit. En een samenleving als deze verwacht van haar individuen dat zij zichzelf goed kunnen redden en bovendien grote verantwoordelijkheid nemen. De Raad heeft een aantal ontwikkelingen op het oog die gewenst zouden zijn. Om op actieve wijze resultaten te boeken is het van belang om preventieve actie te ondernemen en al in een vroeg stadium hulp te verlenen aan probleemgezinnen. Binnen detentie is het belangrijk om de gevangenen, met hulp van bijvoorbeeld een mentor of coach, te laten leren van het verleden en hem of haar proberen zichzelf te accepteren binnen de samenleving. Er bestaat een noodzaak tot behandeling en persoonlijke aandacht naar de gedetineerden, ondanks de genoemde versobering van het regime. De Inspectie voor Sanctietoepassing is fervent tegenstander van de verkorting van het dagprogramma van de gedetineerden en zegt in het Inspectiejaarbericht 2006 dat de versobering negatieve gevolgen hebben. Het personeel heeft door de krappe schema's steeds minder tijd voor een praatje met gedetineerden en kan daardoor is het moeilijker om afwijkend gedrag of ongeregeldheden op tijd te herkennen. Privatisering De Raad komt ook sterk op voor de versobering van het gevangeniswezen, hetgeen vooral de kortgestraften treft. Door de langere straffen die vaker worden toegekend, moeten er bezuinigingen worden doorgevoerd. Was er enige jaren geleden nog sprake van een mogelijke privatisering van het gevangeniswezen dat ontstond uit economisch motief, nu is dat niet meer het geval. ,,Het zal niet zo ver komen dat er in Nederland een geprivatiseerd stelsel ontstaat'', zegt C. J. Petiet, docent Criminologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. ,,Het Rijk zal altijd een vinger aan de pols willen houden en inspecties willen uitvoeren. Er zijn teveel belangen in het spel. Het zijn kleine gedeelten die uitbesteed worden aan andere bedrijven. Zoals een cateraar bijvoorbeeld. Of zoals Group4 Securicor die opgeleide medewerkers levert om een functie als portier te vervullen. Maar deze mensen komen niet in direct contact met de gedetineerden. Praktijken zoals in Engeland zullen we hier niet snel zien. Hoewel de privatisering van het gevangeniswezen daar wel goed uitpakt: de gevangenen hebben het daar vaak beter dan in de detentiecentra van overheidswege, omdat de voorzieningen er beter zijn. De ambtenaren weten immers dat ze toch wel betaald worden, maar de private instellingen houden hun gedetineerden het liefst zo rustig mogelijk, omdat ze weten dat het met tevreden gevangenen nu eenmaal makkelijker werken is.'' |